Na ruim een kwart eeuw op de planken kijkt de Ierse folkband The Kilkennys terug op een indrukwekkende reis vol muziek, vriendschap en passie. Bassist en drijvende kracht Tommy Mackey laat zich uit over de band ,over hun hoogtepunten, plannen en hun bijzondere band met Nederland.
Wat kan het publiek verwachten als jullie het toneel bestijgen?
Tommy vertelt: “Echt Iers vuur, pubsfeer en heel veel energie! We spelen onze eigen songs, maar ook de onvermijdelijke krakers, zoals ‘Whiskey In The Jar’ en nog veel meer. Ook al zit je op een stoel, het voelt bij ons al snel als in een Ierse pub. Voor je het weet zing je mee, klap je mee en sta je zelfs te dansen. Wij geven alles op het podium”.
Van school droom tot professioneel succes, vertel daar eens nader over?
“Het is echt een achtbaan geweest.” We begonnen als jonge schoolvrienden met de droom om een paar optredens te spelen en doen we dit nog steeds, maar nu als fulltime muzikanten! We voelen ons ongelooflijk bevoorrecht dat we van onze passie ons beroep hebben kunnen maken.”
Hoe ziet de toekomst van de band eruit. Zal The Kilkennys over 25 jaar nog bestaan?
“Wie weet! Misschien niet met exact dezelfde mensen. De meeste bands evolueren nu eenmaal en soms is het goed om wat dingen om te gooien om geïnspireerd te blijven, maar de geest en essentie van wat we doen zullen altijd blijven bestaan. En dat betekent veel spelen, maar ook nieuwe liedjes schrijven en deze ook uitbrengen”.
Ongeveer dertig shows per jaar in Nederland is behoorlijk wat. Is er een bepaalde show, een festival of een stad die er voor jullie echt uitspringt?
“Nederland is echt een prachtig en uniek land. Er is nergens in Europa zoiets als dit. De mensen zijn overal even warm en vriendelijk, van Friesland tot Limburg... en van Groningen tot Zuid-Holland. Maar als er één plek is die ons het meest aan thuis doet denken, dan is het Friesland wel. Het platteland, de mensen, de humor, de eigen identiteit... en ze lusten daar wel een biertje!”
Nederland als dus als een soort tweede thuis?
“We treden hier zo’n dertig keer per jaar op. Ieder najaar is het weer feest. Naast de muziek hebben we hier ook veel vrienden gemaakt. Dus ja, het voelt bijna als een tweede thuis.”
Nu Jason Turk op de toetsen zit, heeft dat jullie sound veranderd? Blijven jullie trouw aan de klassieke Ierse folk, of wijken jullie ook wel eens van de gebaande paden af?
“Jason is een te gekke muzikant en brengt superveel persoonlijkheid mee op het podium, maar hij verandert onze sound niet... hij maakt 'm juist vetter. De accordeon is de basis van de traditie, en piano’s en orgels stonden vroeger al generaties lang in elke Ierse danszaal”.
Jullie band is vernoemd naar de stad Kilkenny, wat is precies de link? Komen jullie daar vandaan en hebben jullie nog steeds een speciale band met de stad?
“Jazeker, Kilkenny is echt ons thuis! Davey Cashin en ik zijn hier geboren en getogen... en inmiddels woont Mick (die eigenlijk uit Wexford komt) hier ook!! (Aan Jason Turk wordt nog hard gewerkt!!!) Het blijft voor ons altijd een heel speciale plek om allerlei redenen. Voor mij trouwens helemaal, want mijn zoon is hier geboren. Kilkenny heeft ons ons thuis gegeven, de mensen van wie we houden, onze band en ons heerlijke leventje. We hebben alles aan die stad te danken en proberen Kilkenny overal waar we spelen te promoten met onze muziek. Dus kom gezellig eens langs in ons mooie kleine stadje”.
En tot slot: over het Nederlandse publiek?
“De Nederlandse fans zijn geweldig respectvol en vol energie. We voelen ons hier altijd enorm welkom en jullie zijn voorlopig nog niet van ons af,” besluit Mackey met een glimlach.